Dresden wordt niet voor niets het Florence aan de Elbe genoemd: de barokke skyline, met koepels en torens die zich in de rivier weerspiegelen, behoort tot de mooiste van Europa. Wat de stad extra bijzonder maakt, is de geschiedenis erachter. Na de zware verwoesting tijdens de Tweede Wereldoorlog is Dresden met ongelooflijke precisie in oude glorie hersteld, tot in de details van de gevels aan toe, en het is bij bijna elk gebouw gissen of het de oorlog daadwerkelijk heeft overleefd of later minutieus is nagebouwd. In 48 uur is de stad goed te verkennen, met genoeg tijd voor zowel de klassieke hoogtepunten als een kijkje in het minder toeristische Dresden. Deze gids zet de belangrijkste bezienswaardigheden, eetadressen en praktische tips op een rij.
Leestip: Dit zijn de 14 leukste steden van Duitsland
Bezienswaardigheden: wat je in 48 uur niet mag missen
Dresden bestaat grofweg uit twee delen die door de Elbe worden gescheiden, en beide verdienen tijd tijdens een verblijf van twee dagen.
De Altstadt: barokke pracht
De Altstadt is het hart van toeristisch Dresden en compact genoeg om grotendeels te voet te verkennen. De Frauenkirche, ooit volledig verwoest en na de Duitse hereniging steen voor steen herbouwd, is het symbool van de wederopbouw van de stad; de koepel is te beklimmen voor een van de mooiste vergezichten over Dresden. Vlakbij ligt de Zwinger, een weelderig barok paleiscomplex met binnenplaatsen, fonteinen en meerdere musea, waaronder de Gemäldegalerie Alte Meister met de wereldberoemde Sixtijnse Madonna van Rafaël. Het Residenzschloss, met de schatkamer Grünes Gewölbe, en de Semperoper, een van de mooiste operagebouwen van Europa, liggen op loopafstand van elkaar. Onderweg passeer je bijna vanzelf de Fürstenzug, een 102 meter lange muurschildering van 25.000 Meissener porseleintegels die een stoet Saksische vorsten afbeeldt, en de Brühlsche Terrasse, ook wel het balkon van Europa genoemd, met uitzicht over de rivier.
De Neustadt: creatief en alternatief
Aan de overkant van de Elbe verandert de sfeer volledig. De Neustadt ontsnapte grotendeels aan de oorlogsverwoesting en is tegenwoordig het creatieve hart van de stad, met kleine boetieks, galerieën en een levendige uitgaansscene. De Kunsthofpassage, een reeks onderling verbonden binnenplaatsen die elk volgens een ander thema zijn ingericht, geldt als het bekendste voorbeeld van de street art en originele architectuur die de wijk kenmerkt. Voor wie liever wat rustiger wandelt, is de Dreikönigskirche een verrassende aanrader: de klimtocht naar de toren voert langs eeuwenoude klokkenmechanieken en eindigt met een panoramisch uitzicht dat minstens zo mooi is als dat vanaf de Frauenkirche, maar met aanzienlijk minder mensen om je heen.
Eten en drinken: waar en wat
Rond de Neumarkt, vlak bij de Frauenkirche, liggen tientallen terrasjes en restaurants die perfect zijn voor een lunch tussen twee bezienswaardigheden door. Wie een keer echt Saksisch wil eten, kan terecht bij Sophienkeller, een sfeervol gewelfd restaurant tegenover een van de poorten van de Zwinger, ingericht in de stijl van het achttiende-eeuwse hof van August de Sterke. In de Neustadt is het net zo goed zoeken als vinden: struin door de straten en stap gewoon ergens naar binnen, want vrijwel elk klein restaurantje blijkt een verborgen parel. Voor iets bijzonders is Pfunds Molkerei de moeite waard, een van de oudste zuivelwinkels van Europa met een interieur van beschilderde tegels dat zelf al een bezienswaardigheid is. Wie van zoet houdt, proeft de Dresdner Stollen, een specerijenbrood dat oorspronkelijk met kerst wordt gegeten, of een Eierschecke, een romige cheesecake-achtige taart die typisch Saksisch is.
Overnachten: Altstadt of Neustadt
Waar je het beste kunt overnachten, hangt vooral af van het soort verblijf dat je zoekt. Wie dicht bij de bekende bezienswaardigheden wil slapen, kiest voor een hotel in de Altstadt, al liggen de prijzen hier doorgaans iets hoger. Wie meer waarde hecht aan sfeer, restaurants en een levendige avond, is beter af in de Neustadt, waar ook de meeste hostels en budgetopties te vinden zijn. Voor een 48-uursbezoek is de Altstadt vaak de praktischere keuze vanwege de korte loopafstanden tot de hoofdattracties, maar een avondwandeling door de Neustadt hoort er sowieso bij, ongeacht waar je slaapt.
Praktisch: vervoer, kaarten en wanneer te gaan
Dresden is compact genoeg om de meeste bezienswaardigheden te voet te bereiken, maar voor wie ook iets verder van het centrum wil, zoals de elegante villawijk Loschwitz met zijn kabelbaan en blauwe brug, is het openbaar vervoer goed geregeld met trams en bussen. De Dresden City Card, voor minder dan vijftien euro te koop, geeft onbeperkt gebruik van het openbaar vervoer én korting op meerdere musea. Qua timing is het najaar aantrekkelijk vanwege minder drukte dan in de zomer, terwijl december de stad in kerstsfeer dompelt met een van de oudste kerstmarkten van Duitsland op de Altmarkt. Wie na de 48 uur nog tijd overheeft, kan eenvoudig een dagje uitbreiden met een uitstapje naar de Sächsische Schweiz of het porseleinstadje Meissen, beide op minder dan een uur reizen van het centrum.
