Van alle stadjes langs de Moezel wordt Bernkastel-Kues het vaakst genoemd als de mooiste, en wie er eenmaal door de smalle straatjes heeft gelopen, begrijpt waarom. De plaats bestaat eigenlijk uit twee delen die pas in 1905 officieel werden samengevoegd: het levendige Bernkastel aan de oostoever, met het beroemde marktplein, en het rustigere Kues aan de westkant, waar de geleerde Nicolaus von Kues werd geboren. Beide oevers zijn met elkaar verbonden door een brug over de rivier, en samen vormen ze een van de meest fotogenieke tussenstops van de hele Moezelstreek. Bernkastel werd al in 1033 voor het eerst in documenten genoemd en kreeg in 1291 officieel stadsrechten, en die lange geschiedenis is in de architectuur van het centrum nog altijd goed te herkennen.
Leestip: Wijnroutes aan de Moezel: een ontdekkingstocht langs wijn, dorpen en rivieren
Marktplatz: het historische hart van Bernkastel
Het middeleeuwse marktplein van Bernkastel geldt als de belangrijkste bezienswaardigheid van de stad en weerspiegelt meer dan vierhonderd jaar geschiedenis. Rondom het plein staan vakwerkhuizen met puntgevels uit de zeventiende eeuw, met als blikvanger het rood-witte Rathaus uit 1608, opgetrokken in laat-renaissancestijl met een gebogen barok dak, wapenschilden en een standbeeld van Salvator Mundi. Vlak bij het plein staat het Spitzhäuschen, een opvallend smal vakwerkhuisje uit 1416 dat geldt als de meest gefotografeerde plek van de stad. Op het plein zelf zorgt de Michaelsbrunnen, een fontein uit de renaissance, voor de finishing touch, en de terrasjes eromheen maken het een vanzelfsprekende plek om even te pauzeren tijdens een wandeling door de oude stad. Een paar minuten verderop staat de Graacher Tor uit het jaar 1300, de laatst overgebleven stadspoort, die vroeger zowel als verdedigingswerk als gevangenis dienstdeed.
Burcht Landshut: uitzicht over de stad

Hoog boven Bernkastel-Kues torent de ruïne van Burcht Landshut, oorspronkelijk gebouwd rond 1281 door de aartsbisschoppen van Trier op de plek van een ouder Romeins fort. De burcht diende eeuwenlang als strategisch verdedigingspunt, tot een verwoestende brand in de zeventiende eeuw het gebouw grotendeels in puin legde. Wat overbleef, is minstens zo indrukwekkend: de Britse schilder William Turner legde het kasteel in de negentiende eeuw op doek vast, en het werk hangt tegenwoordig in Tate Britain in Londen. De klim naar boven duurt ongeveer een halfuur, al is er ook een pendelbus voor wie liever niet loopt, en het uitzicht vanaf de toren over de stad, de rivier en de omliggende wijngaarden geldt als een van de mooiste van de hele Moezelstreek, zeker rond zonsondergang wanneer het licht over de rivier speelt.
De Bernkasteler Doctor: de beroemdste wijn van de stad
Bernkastel-Kues is minstens zo bekend om zijn wijn als om zijn architectuur, met de Bernkasteler Doctor als absolute topper. Volgens de legende genas de wijn van deze wijngaard ooit de keurvorst van Trier van een ernstige ziekte, waarna hij de wijngaard de eretitel “Doctor” toekende, een verhaal dat tot op vandaag wordt verteld tijdens de zogeheten Doctor Wine Tour door de oude stad. Het gaat om een piepklein stuk grond van nog geen vier hectare, met een zuidzuidwestelijke ligging en een bodem van verweerde kleileisteen, wat wordt gezien als een van de duurste stukken landbouwgrond ter wereld. De wijnkelder onder de wijngaard is meer dan 350 jaar oud en loopt honderd meter diep de rots in, met een constante temperatuur van acht tot negen graden die ideaal is voor de opslag van de wijn. Wijnhuizen als Dr. Loosen, al meer dan tweehonderd jaar in dezelfde familie, en Dr. Pauly-Bergweiler bieden proeverijen aan, al is een reservering vooraf bij de meeste huizen wel verstandig. Wie liever meerdere wijnen in één keer wil proeven, vindt in het Moezelwijnmuseum een moderne vinotheek met 160 verschillende wijnen om te ontdekken.
Kues: de rustigere overkant

Aan de westkant van de rivier ligt Kues, minder druk dan Bernkastel maar minstens zo de moeite waard. Het stadsdeel is de geboorteplaats van Nicolaus von Kues, ook wel Cusanus genoemd, een van de belangrijkste Duitse geleerden van de vijftiende eeuw. Zijn geboortehuis is te bezoeken, met een permanente tentoonstelling over zijn leven, en het door hem gestichte Sint-Nicolaushospitaal uit 1465 dient nog altijd een sociale functie, tegenwoordig als verzorgingstehuis. De gotische kapel van het hospitaal is vrij toegankelijk en herbergt een grafmonument met een levensgroot beeld van de filosoof zelf.
Wandelen en fietsen rond Bernkastel-Kues
Bernkastel-Kues ligt ongeveer halverwege de Moselsteig, het bekende langeafstandswandelpad dat de hele Moezel volgt, wat de stad tot een logisch tussenstation maakt voor wandelaars. Voor wie geen hele etappe wil lopen, is de Maria-Zill Panoramaweg een prima alternatief: een rondwandeling van 6,5 kilometer door de wijngaarden naar een uitzichtpunt met een gelijknamige kapel. Ook de Skywalk, een uitkijkplatform boven de wijngaarden aan de rechteroever, is met een klein halfuur lopen vanuit het centrum te bereiken en biedt een mooi perspectief op de stad en de rivierbocht. Voor fietsers loopt de Mosel-Radweg eveneens dwars door Bernkastel-Kues, wat de stad ook goed bereikbaar maakt als tussenstop tijdens een langere fietstocht.
Lees ook: 6x de beste wijnstreken in Duitsland
Praktische tips: wanneer en hoe
Het centrum van Bernkastel-Kues is compact en in twee tot drie uur goed te verkennen, wat de stad ook geschikt maakt als tussenstop tijdens een grotere rondreis door de Moezel. Toch is een overnachting de moeite waard: zodra de dagjesmensen zijn vertrokken, krijgen de straatjes en het marktplein een rustiger, intiemer karakter. Een boottocht over de Moezel, met een tussenstop in de naburige dorpjes Lieser en Mühlheim, is een ontspannen manier om de omgeving vanaf het water te zien, compleet met een zonnedek en de mogelijkheid om onderweg iets te eten of drinken. Wie de stad als uitvalsbasis gebruikt, kan bovendien eenvoudig een dagje naar Trier plannen, op zo’n zestig kilometer afstand, of een bezoek brengen aan Burg Eltz verderop langs de rivier. Houd er in de zomermaanden rekening mee dat het centrum flink kan volstromen met dagtoeristen; wie de drukte liever mijdt, plant een bezoek het beste vroeg in de ochtend of buiten het hoogseizoen, wanneer de straatjes net zo mooi zijn maar aanzienlijk rustiger.


